Checklist

Het voorjaar zit zichtbaar in de lucht. Zeker met zulk mooi weer als vandaag gebeurt er weer veel. En veel betekent ook altijd veel werk dat er gebeuren moet voordat we weer oogsten kunnen.
In verband daarmee een soort van checklist voor belangrijke onderdelen rond het planten.

Plantdiepte
De top van de tray hoort ongeveer 1 cm boven het omliggende substraat te blijven. Op die manier droogt het hart van de plant beter op.
Er zijn rassen die gevoelig zijn voor koprot. Als de planten dieper geplant worden, komt er meer koprot en daardoor uitval voor. Soms van hele planten, maar vaker van neuzen of van trossen. Dit kan tot laat in het seizoen doorgaan.


Aansluiting
als er geen goed contact met het substraat is groeien de wortels daar moeilijker. Soms is te zien dat door slecht contact maar op 60% van de trayoppervlakte wortels groeien.

Plaats van druppelaars
Plaats de druppelaars altijd mooi tussen de planten in. Niet te dichtbij en niet te ver weg, op een gelijke afstand van de planten. Verschillen leveren altijd verschil in ontwikkeling op.

Vochtgehalte
Bij het planten moet het vochtgehalte van het substraat minimaal 40% zijn, anders kan het substraat het vocht uit de trays opnemen. Dat kan groeivertraging opleveren.

Vochtgehalte
De wortelontwikkeling komt normaal na het planten langzamer op gang als de bladontwikkeling. Daardoor is er vrij gemakkelijk een tekort aan vocht en voeding in de plant.
Ons advies is om te zorgen voor voldoend vocht:
– week 1-3: 45-55% vocht
– week 4-12: 40-47% vocht
– later: afhankelijk van de inklinking van het substraat, de doorworteling en de leeftijd. Doordat het substraat dichter wordt moet het vochtgehalte ook hoger zijn (er zit veel vocht in de wortels, die wel gemeten wordt, maar niet in het substraat zelf zitten).

Voeding
Doordat de wortels nog klein zijn en weinig kunnen opnemen en de bladgroei sterk kan zijn in het begin ontstaat er gemakkelijk een tekort aan voeding. Daarbij is in nieuw substraat het voedingsniveau algemeen laag tot zeer laag. Daarom is ons advies:
– wk 1-2: EC voeding 2,5 (controleer de pH wel, zodat deze niet te laag wordt)
– wk >2: EC voeding normaal

De plantbalans is essentieel voor een goede groei en ontwikkeling. Als een plant veel bloemtrossen heeft, kan er gemakkelijk een te generatieve plant ontwikkelen met op den duur te kleine aardbeien, weinig smaak en een volgende flush die veel te laat komt (Doordragers).
Als de plant te vegetatief is, kan dat opbrengst kosten (afhankelijk van hoe vegetatief, maar geeft het ook grotere vruchten en een betere smaak.
Plantbalans is daarom ontzettend belangrijk.
Voor het sturen in plant balans hebben we een redelijk aantal mogelijkheden. Voeding en watergift zijn daar een paar van:

Voeding
Als u meer
– vegetatieve groei wilt: een dEC van <0,5
– generatieve groei wilt: een dEC van >0,5
dEC is delta EC = het verschil tussen druppel EC en drain EC

Voldoend ammonium in het recept (kijk uit, vanaf de vruchtontwikkeling kan ammonium de vruchtkwaliteit beïnvloeden).

Watergift
Richtlijn bij de teelt op organische substraten (kokos en veen)
Stimulering van vegetatieve groei:
– intering tussen de laatste en eerste irrigatie (de volgende dag): 2,5-3%
– intering tussen de laatste irrigatie en zonsondergang: 1,5%
-intering tussen zonsopkomst en de eerste irrigatie: 1%
Stimulering van generatieve groei
– intering tussen de laatste en eerste irrigatie (de volgende dag): 4,5-5,5%
– intering tussen de laatste irrigatie en zonsondergang: 2,5%
– intering tussen zonsopkomst en de eerste irrigatie: 1,5%
Belangrijk hierbij is wel, dat er ook andere redenen kunnen zijn om hier vanaf te wijken, zoals de gevoeligheid van rassen voor ziektes als verticillium, phytophtora, neo en koprot.
De optimale intering overdag hangt ook af van de hoogte/breedte verhouding van de teeltbak of teeltmat/teeltzak.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *