Irrigatie – Problemen

Goede irrigatie blijft een uitdaging. In onze praktijk als adviseur zien we zelden dat de irrigatie echt goed wordt uitgevoerd. De belangrijkste problemen zijn:

  • Van laat starten tot vroeg stoppen – waardoor er ’s nachts een grote uitdroging ontstaat
  • Vroeg starten tot laat stoppen – waardoor het substraat ’s nachts te nat blijft
  • Te veel joules tussen de irrigatiebeurten – waardoor het substraat uitdroogt
  • De minimale tijd tussen irrigatiebeurten te groot instellen, waardoor substraten op zonnige dagen uitdrogen
  • De maximale tijd tussen irrigatiebeurten te laag instellen, waardoor substraten op donkere, bewolkte dagen te nat blijven

Niet-optimale irrigatie veroorzaakt veel problemen. Van slechte vruchtkwaliteit (zacht, gevoelige vruchthuid) tot lage opbrengsten en een slechte houdbaarheid. Het is een van de belangrijkste factoren met betrekking tot vruchtkwaliteit.

Tot nu toe gingen we ervan uit dat er een lineair verband bestaat tussen straling (Watt) en verdamping. Daarom is irrigatie op basis van joules een van de meest betrouwbare manieren van irrigeren. Ik denk nog steeds dat dit een van de betere manieren is om je irrigatie in te stellen. Maar in hete zomers, of in omstandigheden met veel zon, zien we altijd droge substraten afnemende drainpercentages en een stijgende EC.

Irrigattie grafieken. Blauw: weegschaal (vochtgehalte); Rood: aardbeien vruchtgewicht; groen: Dagsom globale straling (Joule); oranje: Straling (Watt); staafdiagram: blauw: beurtgrootte; rood: drain%.

Een kleine aanpassing van je instellingen kan helpen. Voeg invloed van straling toe aan de giftgrootte: bijvoorbeeld in het bereik van 500-1000 Watt, voeg 10-20% toe aan je giftgrootte. Dit zal de giften op het heetste moment van de dag verhogen, maar ze aan het begin en einde van de dag weer verlagen.

Niet-optimaal systeem

In behoorlijk veel gevallen zien we dat het systeem niet in staat is om optimaal te irrigeren. Bij zonnig weer is de minimale tijd tussen irrigatiebeurten bijvoorbeeld 45 minuten, of beter gezegd 300-400 joules. Dat betekent dat opbrengst- en kwaliteitsproblemen al in het systeem ingebouwd zijn. Voor een goed systeem moet je minimaal elke 150 joules kunnen irrigeren met 400 ml/lm.

Een standaardinstelling zou er dan als volgt uit kunnen zien (let op: klimaat, LAI, substraat enzovoort bepalen uiteindelijk wat je optimale instellingen zijn).

  • Start irrigatie: 2 uur na zonsopgang (of beter 50-75 joules na zonsopgang)
  • Interval tussen irrigatiebeurten: 200 joule
  • Giftgrootte: 100 ml/druppelaar (of beter 400 ml per strekkende meter) – 5 druppelaars/lm is optimaal
  • Correctie op straling: 500-1000 Watt: + 10-20%
  • Laatste irrigatie: 2-3 uur voor zonsondergang
  • Minimum tijd tussen de irrigaties: 15 minuten
  • Maximum tijd tussen de irrigaties: 4 uur
  • [Bij deze twee laatste punten is het belangrijk om zeker te weten dat de instelling goed zijn voor jouw klimaat en gewas]

Maar het belangrijkste is altijd om te controleren wat je doet. Hoeveel water geef je, welk percentage drain krijg je, wat is de totale EC, de gift-EC, de drain-EC enzovoort.

Bepaal op basis daarvan welke veranderingen je in je instellingen moet aanbrengen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *